De eerste fase van het (levens)jaar is de kweek.
Voorafgaand hieraan, is het belangrijk om de goede koppels samen te stellen. Wij doen dit middels lijnenkweek. Zo starten we een periode van ca. 3 tot 5 jaar met 1 man en 3 halfzussen. Belangrijk is, om binnen dit bloedverwantschap te blijven en zo te streven naar een familie met zanggelijkheid, van een hoog niveau. Deze kweekvorm hebben we schematisch weergegeven in een pdfbestand.
Als we de koppels (op papier) hebben samengesteld, is het belangrijk het aantal lichturen langzaam op te voeren naar ca. 15 uur, en tevens de voeding rijker te maken. Hiermee simuleren wij het (natuurlijke) voorjaar, waarbij de dagen langer worden, en een groter voedselaanbod aanwezig is.
Het aantal lichturen verlengen doen wij met ca. 1 uur per week. Dit aan de hand van het "zonnerad" (zie pdfbestand), waarbij we precies kunnen plannen wanneer we het licht moeten gaan opvoeren, met als gegeven, de geboorte van de jongen.
De voeding, zoals we al noemden, gaan we rijker samenstellen. Daarbij wordt het rantsoen gevarieerd gemaakt. In de 3e bijlage ziet u het rantsoen staan.
Net voor het koppelen van de man met de poppen, bieden we de poppen het nest + nestmateriaal aan. Ze zal snel overgaan tot het maken van een prachtig nest. De man houden wij tot het moment van het koppelen in een gescheiden ruimte van de poppen. Als de pop broedrijp is laat zij dit merken. Een fragment van de betreding is aanwezig als 4e bijlage.
Met ca. 10 minuten wordt de man aangeboden bij de 2e pop, na 10 minuten de 3e pop, net zoveel poppen als broedrijp zijn. Dit herhalen wij in de ochtend en avond totdat het 1e ei gelegd is.
Zodra dit 1e ei gelegd is, verwisselen wij deze voor een kunst ei. Zodra het 5e eitje gelegd is, krijgt de pop haar eigen eitjes weer terug. Groot voordeel hiervan is, de jongen worden op dezelfde dag geboren (na ca. 13 dagen broeden).
Zodra de jongen ca. 6 dagen oud zijn, worden de ringen om het rechter pootje geschoven. Waakzaamheid is gevraagd, omdat de pop het ringetje kan herkennen als niet "van het jong zelf", dus vreemd.
Met ca. 18 dagen zullen de jongen uitvliegen. Zodra dit gebeurt, worden zij afgescheiden van de pop, middels een schuif in de broedkooi. De pop kan hierdoor de veertjes van haar jongen niet gebruiken voor nieuw nestmateriaal (kaalplukken), maar kan ze wel blijven voeden. De pop krijgt een nieuw nest met nestmateriaal. Hiermee begint ronde 2 van het kweken.
Na deze 2e ronde stoppen we met het kweken, tenzij een pop zeer weinig jongen groot heeft gebracht (minimaal 6 jongen).
Als alle jongen bij de pop weg zijn (gespeend), waarmee de kweek voorbij is, worden de poppen in een gescheiden ruimte van de jongen geplaatst. Hierdoor kunnen de jongen (blijven in groepsverband van hun "nest"genoten) hun eigen "geërfde" lied gaan ontwikkelen.
Na een korte periode zullen zij in de 2e fase zitten, de (jeugd)rui.